Stadswandeling “De Korte Akkeren”


Geschiedenis van De Korte Akkeren

KA-GoudaWKorte Akkeren (door veel Gouwenaars uitgesproken als ‘De Kortàkkeren’) is een wijk in Gouda zuidwestelijk van het centrum, omsloten door de Nieuwe Gouwe, Turfsingelgracht, Hollandse IJssel en het Gouwekanaal. De wijk is samengesteld uit de volgende buurten: Korte Akkeren Oud, Korte Akkeren Nieuw, Kromme Gouwe Oost, Kromme Gouwe West, Vogelbuurt en Weidebloemkwartier. Er wonen ongeveer 9500 mensen van meer dan 30 verschillende nationaliteiten, waarvan de Marokkaanse Gouwenaars de grootste groep vormt.

De Korte Akkeren was oorspronkelijk een veengebied. Door het rooien van het Goudse Bos en het steken van turf waren er vanaf de 14e eeuw ten westen van de stad Gouda korte percelen land ontstaan. Op 22 februari 1375 verkocht Jan van Chatillon, graaf van Blois en heer van Schoonhoven en Gouda, een aantal percelen land grenzend aan de Turfsingel onder de naam ‘Corte Ackeren’. De grond was inmiddels uitermate geschikt voor tuinbouw. In de Middeleeuwen kwamen er fruitboomgaarden en er werden groenten zoals wortelen, kool en bonen verbouwd die op de Markt verkocht werden. Men vond er ook veel zomerhuisjes, in de geest van de huidige volkstuintjes. De Goudse geschiedschrijver pastoor Walvis schreef in zijn beschrijving van Gouda dat deze tuinen in de bloeitijd een lieflijke reuk gaven aan de omtuinde stad.

Het eerste bericht van bebouwing in De Korte Akkeren stamt uit 1394. Dat jaar stelde Arye Pieter Dyrxsoen zijn huis aan de Kromme Gouwe even buiten de Potterspoort beschikbaar voor de huisvesting van melaatse armen. Dit ‘Leprooshuis’ lag op de plaats van kaaspakhuis ‘De Producent’ aan de Wachtelstraat (de funderingen en skeletdelen zijn gevonden tijdens grondwerk voor de fundering in 1940). In de winter van 1488/89, toen soldaten tijdens de Jonker Fransenoorlog de omgeving onveilig maakten, moesten de voorsteden van Gouda worden ontruimd. Het ‘Leprooshuis’ werd afgebroken. Toen de rust was weergekeerd, volgde herbouw. In 1545 gaf Keizer Karel toestemming een verlaat (sluis) te maken in de gracht achter het Leprooshuis om de aanvoer van turf uit de venen van Moordrecht gemakkelijker te maken: het Moordrechts Verlaat. Toen de stad zich in 1572 achter Willem van Oranje schaarde, maakte de dreiging van de Spanjaarden het twee jaar later noodzakelijk alle bebouwing buiten de stadsmuren af te breken, waaronder opnieuw het ‘Leprooshuis’. Het gevaar was anders groot dat de vijand zich bij een belegering zou verschansen in deze gebouwen. De Wachtel- of Wachterstraat – voor het eerst vermeld in 1636 – ontleent zijn naam aan herberg ‘De Wachter’, gelegen buiten de Potterspoort. Reizigers die na het sluiten van de poort arriveerden, vonden hier onderdak. Later veranderde de naam van de herberg in ‘Huis ter Liefde’.

In de 17e eeuw ontstond er buiten de stadssingels een buitenwijk voor kooplieden en schippers aan weerszijde van de Schielands Hoge Zeedijk, ongeveer op de plaats van het huidige Croda en het Buurtje. De aanvoer en verkoop van Turf werd verplaatst van de Turfmarkt naar de ruimere Turfsingel.

Bij de invoering van het kadaster in 1830 werd de grens van de Korte Akkeren verlegd naar de ‘Ruige Wetering’, nu de Emmastraat en Constantijn Huygensstraat. In 1870 werd de aangrenzende gemeente Broek opgeheven waardoor de grens verder opschoof naar de ringvaart van de Zuidplaspolder en de spoorlijn naar Rotterdam. Het in 1936 gereedgekomen verbindingskanaal tussen de Gouwe en de IJssel sluit de wijk De Korte Akkeren af.

Er was een veerpontje naar Korte Akkeren, dat pas in 1972 werd opgeheven voor een vaste verbinding. De firma Nederhorst NV gaf ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van de stad Gouda deze brug cadeau voor het symbolisch bedrag van één gulden: De Guldenbrug.

Zie hier de stadswandeling “Korte Akkeren”