Gouda 1600 – 1700

Print Friendly

KRONIEK VAN GOUDA

1250 jaar Goudse geschiedenis in jaartallen verzameld door G. Kooijman

1600 De visbanken aan de Gouwe worden overdekt.  
1601 De St.-Pauluskapel van de Collatie broeders aan de Jeruzalem­straat wordt verbouwd tot Loyhalle, waar het laken wordt ge­keurd en van een loden zegel voorzien.
Er wordt een nieuwe Kleiwegspoort gebouwd. In een nis boven de brug herinnert een beeld van Jozua aan de inname van de stad door jonkheer Van Swieten in 1572.
De bovenbouw van de toren der St.-Janskerk is bouwvallig.
In de St.-Janskerk worden weer twee glazen geplaatst:
glas 26: Het ontzet van Samaria. Glazenier: Cornelis Clock te Leiden naar een tekening van Ysaak Swanenburg, eveneens te Lei­den; schenker: de Stad Leiden.
glas 28: De overspelige vrouw. Glazenier: Claes Wytmans, Rotter­dam; schenker de Stad Rotterdam.

St.-Janskerk. Op deze 18de-eeuwse gravure van A. Lepelaar zijn de herenbanken te zien, evenals de grafborden aan de pilaren. – Archief Hervormde Gemeente, Gouda.

1602 Pestepidemie ook te Gouda. Voor de woning van een getroffene moet een bos stro hangen ter waarschuwing. (De meeste inwoners konden niet lezen!) Er worden maatregelen genomen ter bestrij­ding van de ziekte, maar de bouw van een pesthuis blijft uit.
Gouda fabriceert veel lonten ten behoeve van de Vereenigde Oostindische Compagnie. 
1603 De beeldhouwer Gregorius Cool vervaardigt het bordes van het stadhuis.
In de St.-Janskerk wordt glas 25 geplaatst: Het ontzet van Lei­den. Glazeniers: Dirck Verheyden en (na diens dood) Dirck van Douwe, beiden uit Delft naar een tekening van Ysaak Swanen­burg te Leiden; schenker: de Stad Delft.
De looihallen verhuizen van de Markt/hoek Kerksteeg naar de Loyhalle, de verbouwde kerk van de Collatiebroeders aan de Jeruzalemstraat.

Getekende plattegrond van het Bloemendaalse verlaat uit 1612. – Gemeente Archief, Gouda

1604 Bouw van het Dubbel of Reeuwijks Verlaat, schutsluisje in de  Breevaart, en de Sluipwijkse molen.
In de St.-Janskerk worden rondom enkele kolommen banken ge­bouwd, de zgn. herenbanken. Ze blijven er tot in de 18de eeuw. Voordien was de kerk een “wandelkerk”, met nagenoeg geen vaste zitplaatsen.
14 juni. De vroedschap geeft toestemming voor het houden van een loterij ten bate van het Catharina-Gasthuis en het Oude­ mannenhuis.
Aan Achter de Kerk wordt een houten steenhouwersloods ge­bouwd, gebruikt door Gregorius Cool, de stadsbeeldhouwer. 
1605 De kleermakers krijgen toestemming een gilde op te richten.
Hendrick Wegenwart te Gouda giet vier nieuwe luiklokken voor de St.-Janskerk.
1606 11 november. Er komen “vreemde” soldaten binnen Gouda. Het zijn Engelsen in Nederlandse dienst niet lang voor het 12-jarig be­stand, vaak slecht van gedrag. Ze leren de Gouwenaars het pijp­maken. 
1608 Bouw van de Reeuwijkse molen. Aan de Spoorstraat bij de Ble­kerssingel wordt het Bloemendaalsche Verlaat gebouwd (afgebro­ken in 1939).  
1609 Het Lazaruspoortje met beeldhouwwerk van Gregorius Cool wordt aan de ingang van het Leprooshuis aan het Nonnenwater geplaatst.
Er wordt een loterij gehouden ten bate van het Catharina-Gast­huis.
22 mei. De Goudse glazeniers krijgen hun gildebrief, nadat op 15 mei toestemming voor de oprichting van een gilde was verleend.
Tot 1903 wordt de groentemarkt gehouden op de Naaierstraat, daarna aan de Houtmansgracht. 
1610 Bijeenkomst te Gouda van de “rekkelijken”, de meer vrijzinnige predikanten van Noord- en Zuid-Holland onder presidium van ds. Uijtenboogaard.
1611 Het Maria Magdalenaklooster op het latere Kazerneplein/Vee­marktterrein doet dienst als pesthuis; tot 1655.
1612 De Jezuïeten vestigen zich te Gouda.
Van deze tijd dateert de stichting van het St.-Elisabeths-Gasthuis aan de Kleiweg. Daarvoor was dit oudevrouwenhuis gevestigd aan de Spieringstraat.
C.J. Visscher snijdt een plattegrond van Gouda voor de Neder­landse vertaling van Guicciardini’s “Beschrijving van alle de Nederlanden”, uitgegeven door Willem Jansz. Blaeu te Amster­dam.
Het jagen met paarden (trekken van schepen) langs de oostzijde van de rivier de Gouwe wordt verboden.
Het Maria Magdalenaklooster krijgt de bijnaam “Klein Vlaande­ren” wegens het verblijf van Vlaamse lakenwevers, om gods­dienstredenen naar Holland uitgeweken.
Op het terrein waar later de kaarsenfabriek (thans Unichema) zou komen, worden ramen geplaatst voor de lakenindustrie.
Oprichting van het Speldenmakersgilde.

Het Maria-Magdalenaklooster, getekend naar de plattegrond van Hogenberg (1585).

1614 Gideon. van Heumen, blauwverver in het voormalige nonnen­klooster aan de Hoge Gouwe, vraagt aan het stadsbestuur een monopolie voor het verven van tapissiersgarens.
Oprichting van het Smidsgilde.
Tengevolge van de 80-jarige oorlog is het aantal bierbrouwerijen geslonken tot veertien.
25 april. Hieronymus van Beverningh te Gouda geboren. Hij werd een bekend Nederlands staatsman, die de Republiek vertegen­woordigde bij de vredesverdragen van Breda (1667), Aken (1668) en Nijmegen (1678).
Een “lang en luchtig pesthuis” kwam gereed. Bouwsom f 16.000,­-. De eerste patiënt kwam in 1617. In 1653 werd het veel gebruikt. Later kazerne en Veemarktrestaurant.
Op het terrein van het voormalige Regulierenklooster aan de Raam wordt het Hofje van Buitenwech gesticht ten behoeve van rooms-katholieke weduwen en “dochters”, waardoor het de bij­naam “klopjeserf’ kreeg.
Voor het eerst wordt een straat officieel benoemd. Bij besluit van burgemeesteren krijgt de huidige Drapiersteeg de naam Schoon­straat.  
1615 10 mei. Gregórius Cool, stadsbeeldhouwer, wordt poorter van Gouda.
Het aantal gereformeerden (hervormden) neemt toe, mede door de komst van Vlaamse en Waalse calvinisten.
Bouw van de IJsselhavenkeersluis (naast het Tolhuis aan de West­haven).
Gerardus Traudenius wordt rector van de Latijnse school. In zijn contract komt o.m. de volgende bepaling voor: … dat hij noch zijn huisvrouw iets mag leren of doen of laten geschieden wat tot nadeel van de Christelijk Gereformeerde religie zou kunnen strek­ken, of ook tot “voortplantinge van pauselicke superstitiën.”
Petrus Hendrikus Purmerent wordt pastoor in Gouda tot zijn overlijden in 1663. In 1630 koopt hij enige percelen aan de Hoge Gouwe (tegenover de St.-Joostbrug), waarachter hij een statie, een zgn. schuilkerk, gewijd aan St.-Jan Baptist, laat bouwen (thans Hoge Gouwe 107). Het einde van de rooms-katholieke periode kwam in 1672, toen pastoor Jacob Cats overging naar de Jansenisten.
1616 Wegens de gereformeerde signatuur mag dokter Joost Balbian niet in de St.-Janskerk worden begraven. Vijf en een half jaar later wordt een graf in deze kerk aangeboden en is hij herbegra­ven. Een wandmonument bevindt zich in de St.-Janskerk.  
1617 Willem Baernelts, om geloofsredenen uit Engeland uitgeweken, begint te Gouda een pijpmakersbedrijfje.
De gevel van “De Moriaen” wordt met opzet schuin naar voren hellend gebouwd om inregenen te voorkomen. Het huis heette aanvankelijk “De twaalf halve manen”.
Aan het Goudse stadswapen wordt de spreuk “Per Aspera ad Astra” (door de doornen tot de sterren) toegevoegd.
Oprichting van de rederijkerskamer “De Balsembloem” met de zinspreuk “In Liefde Vruchtbaar”. 
1618 De Potterspoort wordt in klassicistische stijl vernieuwd.
Er wordt een bijeenkomst van Arminiaans-gezinde predikanten gehouden. Reis- en verblijfkosten worden door de magistraat be­taald.
2 maart. De vroedschap besluit waardgelders aan te stellen om met hen en de eigen schutterij prins Maurits buiten de stad te kunnen houden. Maatregel in verband met spanningen tussen remonstranten en contra-remonstranten.
31 oktober. Prins Maurits bezoekt Gouda. Een dag later ver­andert hij de samenstelling van de vroedschap, die, ofschoon ze bekend stond als voorstandster van vrijheid van godsdienst en meningsuiting, toch tè remonstrants werd bevonden.
De vier aan de St.-Janskerk verbonden remonstrantse predikanten worden door de vroedschap afgezet, tot verontwaardiging van veel Gouwenaars, onder wie ook veel onkerkelijken.  
1619 De contra-remonstranten, zich noemend dolerend gereformeerd, krijgen weer de beschikking over de St.-Janskerk en de Gasthuis­kapel.
28 juli. Aanhangers van de door de synode afgezette predikanten en afgetreden kerkeraadsleden verstoren een kerkdienst in de St.­Janskerk. Een groep Vlamingen uit Leiden dreigt met rapieren om stilte te krijgen.
1620 De Goudse glazenier Willem Tomberg maakt zeven gebrandschilderde ramen voor de St.-Joostkapel (nu lutherse kerk). Ze zijn in 1838 verkocht voor f 200,-.
Gereformeerde synode te Gouda.
De lakenindustrie is de belangrijkste bedrijfstak in Gouda.
1621 Gouda telt achttien ateliers voor glasschilderkunst; dit is vrijwel de enige beeldende-kunstvorm in de stad.  
1622 12 februari. Een vrouw uit Alkmaar, die het bericht brengt dat Bergen op Zoom ontzet is, krijgt van het stadsbestuur zes gulden.
Ds. Heinsbergens en ouderling De Roo worden door de kerkeraad afgevaardigd naar de magistraat met het verzoek het bovenste ge­deelte van glas 15 te verwijderen, omdat daarop God afgebeeld staat als een oude man met baard. Het verzoek wordt toegestaan. Driehonderd jaar later (in 1929) wordt het glas in zijn oorspron­kelijke staat hersteld.
2 maart. De kerkmeesters worden aangemaand wit glas in het bovenste deel van het Koningsglas te maken. (De schrijver van deze aantekening in het Kamerboek heeft het bedoelde glas met een verkeerde naam aangeduid; de gewraakte “afgodische” af­beelding komt voor in glas 15: De doop van Jezus.)
16 maart. Joris Aart berispt de predikanten over hun preken tegen een glas dat de Drieëenheid voorstelt en verwijt hen dat ze in de rechten van de kerkmeesters treden. De gehele kerkeraad neemt het voor de predikanten op.
11 september. Er wordt een inzameling gehouden van oud linnen voor de gewonde soldaten te Bergen op Zoom. Ook de burge­meesters Johan Vlack en Abbesteeg en enkele dames collecteren mee.
De stad telt dit jaar ruim 2900 huizen en meer dan 14.600 in­woners.

Het Tolhuis op de hoek van de Veerstal en de Westhaven, ca. 1960. – Foto Bob de Wit.

1623 Blijkens de gevelsteen vermoedelijk bouwjaar van het tegenwoor­dige Tolhuis aan de Westhaven.
Ds. Clemens van Bijleveld eerste predikant bij de Lutherse Kerk in Gouda. Hij is de onveranderde confessie van Augsburg toege­daan. De predikant doet op 22 januari zijn intrede bij de Luther­se Gemeente in een woning aan Achter de Vismarkt. Drie maan­den later wordt de eerste lutherse schuilkerk gesticht aan de Peperstraat met een uitgang in de Komijnsteeg. Van 20 mei t/m 10 september is het te Gouda verboden lutherse godsdienstoefe­ningen te houden.
Stichting van het Hofje van Lethmaet aan de Nieuwehaven. Gouda telt nu 21 hofjes met in totaal 160 huisjes.  
1624 Vanaf 11 februari worden de lutherse godsdienstoefeningen weer toegestaan.
De Waalse Kerk gesticht. Ze krijgt de beschikking over de Gast­huiskapel.
De chirurgijns verzoeken de stedelijke overheid een gilde te mo­gen oprichten. Pas 36 jaar later wordt het verzoek ingewilligd! Toch waren de chirurgijns op 6 februari 1544 door Karel V offi­cieel erkend.
Vergroting van de Waterpoort aan de Veerstal. 
1625 Dood van Willem Baernelts (in de Goudse stukken Willem Barentz. genoemd), grondlegger van de pijpenindustrie in Gouda.
In dit jaar heerst de hevigste pestepidemie, die ooit in Gouda heeft gewoed; er worden 285 pestlijders opgenomen, van wie er 147 overlijden.
1627 Frederik de Houtman te Alkmaar overleden. 
1628 Het Gouds kamerboek meldt:
,,Gedelibereert op het doode lichaam van Jan van den Bosch, al­hier gehangen ende door tempeest (zware storm) van ’t lant van het gerecht (de galg) affgewaijt, is geresolveert dat wederom aen de gerechte sal opgehaelt, ende de oncosten bij de fabrijcken (ge­meentewerken) betaelt worden”.
1629 Gregorius Cool, stadsbeeldhouwer, overleden.
De remonstranten kopen een huis aan de Keizerstraat om het als kerkgebouw in te richten; het heeft een uitgang aan de Raam. In 1968 is dit gebouw verkocht.
Het ten onrechte gebruiken van het handelsmerk van pijpen van een concurrent wordt gestraft met een boete van zes gulden en verbeurdverklaring van de pijpen.
In de Keizerstraat staat het oudste café van Gouda: ,,In het Zonnetje”.  

Een pijpmaker in zijn werkplaats, ca. 1960. Het oude ambacht, dat veel vakmanschap ver­eiste, is sinds 1984 uit Gouda. verdwenen. Foto Bob de Wit.

1630 De lutherse schuilkerk verhuist van de Peperstraat naar een woonhuis/oliemolen aan de Gouwe, vermoedelijk hoek Achter de Vis­markt/Lage Gouwe.
De rooms-katholieke pastoor Purmerent neemt de schuilkerk, ge­wijd aan St.-Johannes de Doper (nu oud-katholieke kerk), aan de Gouwe in gebruik (zie 1615).
Willem Stevens de Jong vestigt een pijpen en aardewerkfabriek in de Kuiperstraat. Zijn fabrieksmerk “De gecroonde W.S.” bleef ge­handhaafd, ook toen de zaak in 1801 via vrouwelijke linie in het bezit kwam van de familie Van der Want, tot de opheffing in 1969. 
1631 De Agnietenkapel aan de Nieuwe Markt is in gebruik bij een tapijtweverij.  
1633 Bouw van de St.-Jansbrug over de Haven (tegenover de Molenwerf).  
1635 De varkensmarkt wordt verplaatst van de Turfmarkt naar het plein bij de Cleywechspoort, het brede stuk Kleiweg nabij het Regentesseplantsoen.
Omstreeks deze tijd sticht kapelaan Willem de Zwaan een schuil­kerk “De Tol” aan de Gouwe nabij de Keizerstraat.
Hevige pestepidemie in Gouda. Van de 216 opgenomen patiënten overlijden er 118. Duurt tot in 1636.  
1638 Tegen de zin van pastoor Purmerent sticht kapelaan De Zwaen een schuilkerk “De Raam”.  
1642 Bouw van het Weeshuis aan de Spieringstraat.
Op 1 juni brengt de Engelse koningin Maria Henriette, echtgenote van Koning Karel I, vergezeld van haar dochter Maria en de in 1641 met de prinses gehuwde latere stadhouder Willem II, een bezoek aan Gouda en wordt door het stadsbestuur op luisterrijke wijze ontvangen. Zij bezoekt o.m. de St.-Janskerk en overnacht in het stadhuis.
David Ruffelaer weeft het gobelin dat thans in de trouwzaal van het stadhuis hangt.
Wouter Pietersz. Crabèth, kleinzoon van de. gelijknamige glaze­nier, schildert het schuttersstuk van kolonel Harmanus Herberts. Het is aanwezig in het Stedelijk Museum.
1643 Kort na dit jaar wordt de torenspits van de St.-Janskerk gesloopt en door de tegenwoordige vervangen.  
1644 In dit jaar vertrekt het laatste katholieke lid uit de Vroedschap.
1645 Er wordt bij de Nieuwe Veerstal een stadspoort gebouwd.
Het schavot achter het stadhuis wordt wegens bouwvalligheid af­gebroken.
1646 De hervormde kerkeraad neemt maatregelen tegen het drinken van brandewijn tijdens de kerkdiensten.
Dr. M.H. Blonck dient bij de vroedschap een verzoek in om aan het Gasthuis een vaste apotheek te verbinden. 
1647 In Gouda worden de “bossen” opgericht (voorlopers van de ziekenfondsen) tot onderstand van zieke, bejaarde en gebrekkige gildeleden en knechts. 
1649 Stichting van het Hofje van Bosch aan de Nieuwehaven op het  terrein van het voormalige Clarissenklooster, bestemd voor mennonistische (doopsgezinde) weduwen en “vrijsters”.
In dit jaar verschijnt de plattegrond van Gouda van Joan Blaeu. Hij is meermalen herdrukt, o.m. in de Stedenatlas van J. Janso­nius. 
1650 Gouda krijgt zijn eerste blekerij.  
1653 Ferdinand Bol schildert zijn schuttersstuk “De officieren van de [Goudse] Schutterij” (Stedelijk Museum).  
1654 De stedelijke Bank van Lening (in de volksmond “Ome Jan”)  wordt verplaatst van de Spieringstraat naar de Agnietenkapel (tot 1923).
Het jagen met paarden (trekken van schepen) langs de Gouwe wordt opnieuw verboden. 
1655 In de St.-Janskerk wordt glas 10 vernieuwd: Aankondiging ge­boorte van Jezus. Glazenier: Albert Merinck naar een tekening van Daniël Tomberg; schenker: Theodorus Spiering van Well, abt van het klooster te Berne bij Heusden.
Er breekt een pestepidemie uit. Mr. Gerrit van der Velde wordt tot pestmeester benoemd. Men noemde deze ziekte algemeen: ,,Pest ofte Gave Godts”.
1656 Gouda en Amsterdam besluiten tot aanleg van een jaagpad tussen de steden langs de Gouwe, Aar, Drecht en Amstel. Te Gouwsluis wordt een pontveer voor jaagpaarden ingericht. Op de jaagpaden zal een redelijke tol worden geheven. 
1657 Hendrik en Heiltge Jansdr. ’t Hart stichten het “Hartenerf’ aan de Nieuwehaven, hofje voor arme bejaarden.
Stichting van het lutherse Hofje van Tams voor arme gezinnen, eveneens aan de Nieuwe haven. 
1658 De “Dienst van de Trekschuit Gouda-Amsterdam” wordt onder­ houden met een schuit van 15 meter lang, plaats biedend aan 28 personen. De tocht duurt acht uur en kost vijftien stuivers. 
1660 Dirck Vlack wordt tijdelijk aan het Gasthuis verbonden als arts en apotheker.
Bouw van de Kantkapel, de latere Van Meurskapel, in de St.-Jans­kerk.
Oprichting van het Chirurgijnsgilde en van het Pijpmakersgilde. 
1663 21 maart. Gouda krijgt tegen betaling van “twaalff duysent pon­den tot XL grooten ’t pont” de heerlijkheid Gouderak tot een “onversterftlyck erfleen”, d.w.z., Gouda wordt ambachtsheer van Gouderak (en blijft dat tot 1795). Van 1664 tot 1814 betaalt Gouderak jaarlijks f 25 ,- rente over het leen.  
1664 Aantekening uit het Kamerboek, 19 april: 
,,Is geresolveert dat op den hoeck van ’t Olislagersteegje (Keizer­straat nabij de St.-Barbaratoren; tegenwoordig Melkerssteegje) ende oock elders overal binnen dese stadt, de reliquien daer voor desen beelden is plegen te staen sullen werden geamoveert (weg­genomen) door ordre van de heeren fabrijckmeesteren” (thans Gemeentewerken). Dit gebeurde dus 92 jaar nadat Gouda was overgegaan naar de Prins.
1665 Afbraak van de toren van de Waalse kerk (Gasthuiskapel, Oost­haven) en bouw van een nieuwe gevel.
Het Pijpmakersgilde telt 80 leden.  
1666 De Goudse pijpenmarkt wordt in het leven geroepen.
De Rekenkamer besluit Gouda voor vijftien jaar weegrecht te ge­ven. De stad moet hiervoor jaarlijks een pacht van f 1000,- be­talen.  
1667 24 oktober. Het stadsbestuur behandelt het voorstel tot bouw van een nieuwe waag na ingewonnen advies en na inzage van ,,seeckere teykeningen van de architect Post”.
31 oktober. Gouda besluit tot het bouwen van het waaggebouw naar het ontwerp van Pieter Post. 
1668 Februari. Er wordt een noodwaag gebouwd, aangezien het wegen moet doorgaan. Met de bouw van het definitieve waaggebouw wordt een aanvang gemaakt.
Begonnen wordt met het bouwen van de Van Beverninghkapel in de St.-Janskerk. Voltooid in 1674.  
1670 Er wordt een nieuw hotel “De Zalm” gebouwd. Dit gebouw mocht van het stadsbestuur niet hoger zijn dan de nieuwe Waag. De eigenaar van “De Zalm” legde dit vast in de ook thans nog aanwezige gevelsteen met de tekst: ,,Niet te hooch, niet te laech, van passe. Anno I 670″.  
1671 Het waaggebouw naar het ontwerp van Pieter Post wordt in december in gebruik genomen. Tot 1907 wordt de bovenverdie­ping door de schutterij gebruikt als wapenkamer. 

Gevelsteen, aange­bracht in de noordwes­telijke zijgevel van ho­tel “De Zalm” aan de Markt. -Archief “Die Goude”.

1672 Anti-papisme maakt een eind aan de jaarlijkse processie.
Einde van de rooms-katholieke periode in Gouda. Pastoor. Jacob Cats gaat met zijn statie over naar de Jansenisten.
Rampjaar, ook voor Gouda. De Fransen vallen het land binnen. In Gouda heerst weer de pestziekte.
De Franse troepen rukken op. Er vinden moordpartijen plaats te Bodegraven en Zwammerdam. Johan de Witt kan geen troepen sturen, omdat hij ze niet heeft. Troepen van de Prins komen te hulp en bovendien 255 matrozen voor het bedienen van de kanonnen.
Het Franse leger wordt bij het fort te Gouwsluis door de Staatse troepen verslagen. Het land in de omgeving wordt onder water ge­zet.
27 juni. Boeren uit Moordrecht, Waddinxveen, Boskoop, Ouder­kerk en Capelle, in opstand gekomen wegens de inundatie, bre­ken de Tolpoort open en bezetten het Goudse stadhuis 24 uur lang. Zij trekken plunderend en vernielend do9r de stad. Gouwe­naars eisen nu van het staatsgezinde stadsbestuur, dat het prins Willem III tot stadhouder uitroept. Op 30 juni komt de Prins naar Gouda. Hij wordt met de stadskaros tegemoet gereden tot aan de kerk te Reeuwijk(-Dorp). Een hem aangeboden maaltijd kost de stad ongeveer duizend gulden! De Prins geeft Gouda opdracht de inundatie te beëindigen en beveelt de boeren de stad te verlaten.
De kermis in Bloemendaal wordt afgeschaft.
Door de inundatie van de omliggende landerijen zijn de turfprij­zen zeer hoog geworden.
1673 Vrede met Engeland. Deze wordt gevierd met een dankdienst in de St.-Jan en vreugdeschoten. Aan het kruis van de St.-Janskerk worden vier lantaarns gehangen; 220 brandende pektonnen die­nen als nachtelijk vreugdevuur.
Het hotel “De Utrechtse Dom” wordt gevestigd in het huis ge­naamd .,,De Winckelhaeck” (een voormalige timmerwinkel aan de Lange Tiendeweg/hoek Geuzenstraat). Verbouwd in 1875. Thans is er een pizzeria gevestigd.

Het reliëf van Bartholomeus Eggers, in 1668 in het waaggebouw aangebracht, brengt het wegen van de Goudse kaas in beeld. – Foto Bob de Wit, ca. 1960.

1674 10 januari. De vroedschap bepaalt “dat binnen d’stad sullen ge­stelt ende gemaackt werden Lanteerne omme bij avond ende bij nacht te lichten in alle de straaten”. Dit is het begin van de Goud­se straatverlichting.

Ontleend aan het titelblad van een “Ordre op het vullen èn ontstecken der Lantaer­nen, het getal derzelve, zoals die in 13 quartieren ( = stadswijken) hier nae te vinden zijn, opgenomen Anno 1778”. Mogelijk een tekening van Achter de Vismarkt, gezien van de Lage Gouwe.

1675 Inschrijving van “De Fortuin” als pijpmerk.
Het Goudse carillon wordt vervangen door een Hemony-klokken­spel.
1679 Het Pijpmakersgilde telt 161 “meesters” met gemiddeld tien “ge­zellen”.
1680 De gemeente verkoopt aan de Lutherse Gemeente de St.-Joost­ kapel voor een bedrag tussen f 1.250,- en f 1.800,-. Bij de ver­koop wordt bedongen dat de toren en de klokken aan de stad blijven.
Bouw van de preekstoel in de oud-katholieke kerk aan de Gouwe.
De straatweg Gouda-Rotterdam is gereed gekomen. Er bestaat dan al sinds ca. 1653 op dit traject een wagenveer (passagiers- en vrachtdienst) met bolderwagens. Deze dienst wordt met ingang van 1 januari 1853 opgeheven.
1681 De Lutherse Gemeente koopt van de gemeente Gouda de aan de  St.-Joostkapel belendende gebouwen aan de Lage Gouwe en in de Groenendaal voor f 2.800,-. 
1682 10 februari. In de St.-Janskerk wordt begraven Adriaan Cornelisz. Vereijk, oud-burgemeester van Gouda, bewaarder van cartons der glazen in de St.-Jan. Uit zijn aantekeningen heeft lgnatius Walvis geput voor zijn beschrijving van de geschiedenis van Gouda.
Na een restauratie van twee jaar wordt de St.-Joostkapel door de Lutherse Gemeente in gebruik genomen. 

De St.-Joostkapel met gasthuis, de tegenwoordige Lutherse kerk aan de Lage Gouwe, hoek Lange Groenendaal, getekend naar de plattegrond van Hogenberg (1585).

1683 Na de dood van Jan Onclaer beheert zijn weduwe, Jannetje  Laurensdr. Wouters, het “Tapijthuis” aan de Molenwerf.
Het Weeshuis aan de Spieringstraat herbergt dit jaar 60 jongens en 55 meisjes. 
1687 30 oktober. Het Baertje Sanders-erf gesticht aan de Lange Groe­nendaal voor behoeftige vrouwen van de remonstrants-gerefor­meerde gemeenten van Gouda en Zevenhuizen.  
1689 lgnatius Walvis wordt pastoor van de oud-katholieke kerk St.-Jan Baptist aan de Hoge Gouwe.  
1691 19 april. Het Kamerboek meldt: 
,,Thomas Marcusz. in de laatste bataille (gevecht) sijn been afge­schoten zijnde, is op desselfs verzoek bij provisie aengesteld tot kinderschoolmeester”. (Een afgeschoten been gaf dus onderwijs­bevoegdheid!)
De spreuk “Per Aspera ad Astra” komt voor het eerst voor op de vroedschapspenning. Na 1750 wordt de zinspreuk algemeen toe­gepast. (Zie ook 1617 .)

Het hofje van Cinq aan de Nieuwehaven, een der weinige die in Gouda bewaard zijn gebleven, ca. 1960. Foto Bob de Wit.

1692 Modernisering en restauratie van het stadhuis. Voltooid in 1695. 
1693 Stichting van het Swanenburghs Hofje aan de Groeneweg.  
1695 Jan Gijselingh jr. vervangt de houten luifel boven het bordes van het stadhuis door een stenen.  
1697 Het houten schavot aan de achterzijde van het stadhuis wordt  vervangen door een natuurstenen in renaissancestijl naar een ont­werp van Jan Gijselingh. Het is thans voorzien van een balustrade en doet dienst als balkon. 
1699 Het Chirurgijnsgilde krijgt toestemming van het stadsbestuur een  leegstaande kamer in het Catharina-Gasthuis als gildekamer te gebruiken.